Dearabischetaal

Taalnews

Posted by farhan Tue, January 17, 2012 20:20:04

De belangrijkste en meest gesproken taal in de Arabische wereld is natuurlijk het Arabisch. Dit is de zesde grootste taal ter wereld en is ook een taal van de Verenigde Naties. Arabisch is een Semitische taal en is daarmee verwant aan het Hebreeuws. Het Modern Standaard Arabisch is de officiële taal in alle Arabische landen en wordt gesproken bij officiële gelegenheden (bijvoorbeeld in de politiek of op het nieuws) en wordt gebruikt in de schrijftaal. Bij het spreken gebruiken de Arabieren in het dagelijks leven een dialect. De Arabische dialecten verschillen in verschillende mate van het Modern Standaard Arabisch. De dialecten kunnen hoofdzakelijk worden ingedeeld in vijf categorieën:

· Egyptisch Arabisch. Doordat overal in de Arabische wereld Egyptische series en films worden gekeken en de grootste Arabische zangers Egyptenaren zijn, is dit het meest verstane dialect in de Arabische wereld. Met name het dialect van Caïro is zeer goed verstaanbaar; daarnaast is er ook nog het Sa'idi Arabisch dat in Opper-Egypte wordt gesproken.

· Syrisch-Libanees Arabisch, dat wordt gesproken in Bilad Al-Sham(Syrië, Libanon, Jordanië en de Palestijnse gebieden). Dit dialect lijkt van alle dialecten het meest op het Standaard Arabisch.

· Iraaks Arabisch.

· Arabische dialecten van het Arabische schiereiland.

· Yemenitsch-Somalisch Arabisch, dat wordt gesproken in het "Zuidelijk Arabisch Wereld", met name Yemen, Somalie, Djibouti en een minderheidstaal in Eritrea.

· Maghrebijns Arabisch, dat wordt gesproken in de Arabische Maghreb. Dit is het minst goed verstaanbaar in de Arabische wereld.

Daarnaast spreken veel Arabieren Engels als tweede taal. In Arabische landen die vroeger bezet waren door Frankrijk spreekt men vaak ook goed Frans. Vooral in Marokko, Algerije en Tunesië wordt veel Frans gesproken en bevatten de dialecten veel Franse leenwoorden


Arabierenschrijven

Posted by farhan Tue, January 17, 2012 20:14:23

Voor de islam

De periode voor de islam wordt door de Arabieren de djahiliyah genoemd, wat letterlijk 'dwaasheid' betekent. Volgens zowel de Bijbel als de Koran had de profeet Abrahamtwee zonen: Izaäk en Ismaël. Volgens de islamitische traditie zijn de Arabieren de nakomelingen van Ismaël en zijn ze daarmee, net als de Joden die afstammen van Izaäk, eenSemitisch volk. De Arabieren komen oorspronkelijk uit Jemen en bewoonden voor de christelijke jaartelling alleen het Arabisch schiereiland. De Arabische bevolking was ingedeeld in een aantal stammen. In de Koran worden een aantal van deze stammen genoemd: 'Ad, Thamud en Madyan. De stammen konden grofweg in twee categorieën worden ingedeeld: stammen die naar het noorden, oosten en westen van het Arabische schiereiland waren geëmigreerd, deze worden Adnan-Arabieren genoemd; en stammen die in het huidige Jemen woonden, die worden Qahtan-Arabieren genoemd. De Arabieren hadden voor de islam een polytheïstische religie en aanbaden honderden goden in de vorm van afgodsbeeldjes.

In Jemen ontstond ruim voor een millennium voor de christelijke jaartelling een koninkrijk: het koninkrijk van Sabae - dat later door de Romeinen Arabia Felix werd genoemd. Tegenwoordig zijn nog sporen van dit koninkrijk te vinden in de vorm van tempels en ruïnes bij het plaatsje Maerib. Later emigreerde een groep Arabieren naar het huidige Jordanië en stichtte hier het rijk van de Nabateeërs. Ook hier zijn nog sporen van te vinden in de vorm van enorme rotsgraven, waarvan de bekendste de rotsgraven bij Petra. Later werd het rijk van de Nabateeërs veroverd door de Romeinen. Andere emigrerende stammen waren Banu Ghassan en Banu Lakhm, die emigreerden naar Syrië respectievelijk Irak. Deze stammen bekeerden zich naar het christendom.

De Middeleeuwen

De Profeet en de Rechtgeleide kaliefen

Aan het begin van de Middeleeuwen lag het Arabische schiereiland tussen twee wereldrijken: het Byzantijnse rijk en het Perzische rijk. In 570 werd de profeet Mohammedgeboren in Mekka. Hij was van de Banu Hashim stam. Mekka was een van de belangrijkste steden op het Arabische schiereiland: het was een belangrijke handelsstad en de heilige Kaäba, die door Abraham was gebouwd, stond er. Op zijn veertigste kreeg Mohammed de boodschap van de aartsengel Djibriel (Gabriël) dat hij de laatste profeet van Allah (Arabisch voor God) is en hij het monotheïstische geloof van Abraham, de islam moest voltooien. Dit ging eerst moeilijk aangezien de Arabieren die in Mekka woonden geen afstand wilden doen van hun polytheïstische religie, maar na naar Medina te zijn geëmigreerd met een aantal trouwe bondgenoten wist hij uiteindelijk Mekka te veroveren en de Arabieren te bekeren tot de islam. Na zijn dood in 632 werd Mohammed opgevolgd door de rechtgeleide kaliefen, ook wel de Rashidun genoemd. Een kalief is de wereldlijke opvolger van de Profeet Mohammed en staat aan het hoofd van het kalifaat, het islamitische rijk. De eerste van de Rashidun was de beste vriend van de Profeet, Aboe Bakr. Deze had het eerst moeilijk omdat het een traditie van de Arabieren was na de dood van een leider, in dit geval de Profeet, terug te keren naar hun oude levensstijl. Aboe Bakr moest ervoor zorgen dat de Arabische stammen de islam bleven aanhouden. Dit kwam bekend te staan als de Ridda-oorlogen. Aboe Bakr werd opgevolgd door de schoonvader van de Profeet, Omar ibn al-Chattab, die het kalifaat enorm wist uit te breiden. Hij veroverde enorme gebieden op de Byzantijnen en liet het Perzische rijk vallen. Egypte, Iran en het oosten van het huidige Turkije kwamen in het kalifaat te liggen. Na de moord op Omar kwam Othman ibn Affan, de schoonzoon van de Profeet, aan de macht. Hij breidde het kalifaat verder uit. In het kalifaat hadden christenen en joden grote godsdienstvrijheid. Onder Ali ibn Abu Talib, het neefje van de profeet die Othman opvolgde kwam de stabiliteit in het kalifaat onder druk te staan. Al gauw kwam een groep mensen onder leiding van Muawiyah, de gouverneur van Damascus, in opstand tegen Ali's bewind. Uiteindelijk won Muawiyah en werd Ali afgezet. Dit leidde tot een splitsing onder de moslims: een deel erkende Muawiyah als nieuwe kalief, zij worden de soennieten genoemd. Een ander deel vond dat Ali's zoon, Hassan, het recht had de nieuwe kalief te worden: zij worden de groep van Ali (Arabisch: sji'at Ali) genoemd, ook wel de sjiieten.

De Omajjaden en de Abbasiden

Na de dood van Ali kwam er in 661 een nieuwe dynastie aan de macht in het kalifaat: de Omajjaden, vernoemd naar de grootvader van Muawiyah, Oemayya. De Omajjaden regeerden vanuit Damascus en breidden het kalifaat enorm uit. Grote delen van West-Azië werden veroverd en ook bereikte het rijk van de Omajjaden de Atlantische kust. In 711 stak de Moorse legerleider Tariq ibn Ziyad de Middellandse zee over en veroverde hij het Iberische schiereiland, dat onder de Moren bekend zou komen te staan als Al-Andalus. Maar intern was het Omajjadische kalifaat niet echt stabiel: in 680 brak er een opstand uit onder leiding van Ali's zoon Hoessein. In 750 werden de Omajjaden definitief verslagen en vluchtten ze naar het huidige Spanje. Na de val van de Omajjaden kwamen in 750 de Abbasiden aan de macht. Zij regeerden vanuit Bagdad. Onder de Abbasiden vond er een enorme bloei van cultuur en wetenschap plaats. Waar in Europa een sluimertijd van de wetenschap heerste, werd in het Midden-Oosten de kennis over met name astronomie en wiskunde enorm uitgebreid. Ook de filosofie kreeg de wind mee. Veel wetenschap werd bedreven in het Huis der Wijsheid, een academisch centrum in Bagdad. Bekende wetenschappers uit deze tijd zijn Ibn Rushd, Ibn Sina - die beroemd werd om zijn Canon van de Geneeskunde -, Ibn Khaldun, Al-Farabi, Al-Ghazali en Al-Chwarizmi, die wordt gezien als de grondlegger van de algebra. Ook de literatuur ontwikkelde zich onder de Abbasiden: zo werden veel verhalen verzameld in de verhalenbundel vanDuizend-en-één-nacht en maakte Ibn Battuta zijn reisverslagen. In de Arabische wereld zijn ook de eerste universiteiten ontstaan: in Fez kwam de universiteit van Karaouine en in Caïro kwam de Al-Azhar universiteit, die nog steeds geldt als één van de belangrijkste universiteiten in de Arabische wereld. Ondanks de grootse ontwikkelingen op het gebied van wetenschap brokkelde het rijk der Abbasiden zich in de loop der tijd af en ontstonden er meerdere islamitische staatjes naast elkaar die elkaar bestreden. Vooral in de Maghreb ontstonden al snel staten die onafhankelijk waren van de kalief in Bagdad. In 909 werd er zelfs een nieuw kalifaat uitgeroepen: het sjiitische kalifaat van de Fatimiden. Het rijk van de Abbasiden en van de Fatimiden bestonden naast elkaar maar erkenden elkaars autoriteit niet.

Verval

Tegen de helft van de Middeleeuwen begonnen de Arabieren hun macht kwijt te raken. Dit was in verschillende gebieden in de Arabische wereld merkbaar. Het waren vaak niet meer Arabieren die de macht hadden in de Arabische wereld maar andere volkeren: in de Maghreb waren machtige Berberdynastieën ontstaan zoals de Almohaden in Marokko en de Hafsiden in Tunesië, en de Levant werd veroverd door de Turkse Seltsjoeken. Desondanks bleven respectievelijk in zowel Bagdad als in Caïro de sjiitische Fatimiden en de soennitische Abbasiden aan de macht. Rond de 11e eeuw trokken veel Arabische stammen in de richting van de Maghreb, waarvan de bekendste Banu Hilal. Ze onderwierpen de oorspronkelijke bevolking en verwoesten veel van de inheemse steden en dorpen en daarmee deels ook de Berberse cultuur. De Arabieren vervingen in de meeste gebieden de heersende Berberdynastie door een Arabisch heersershuis. Zo werd de Maghreb deels gearabiseerd maar tot op heden is er ook nog een sterke Imazigh cultuur die zich met wisselend succes verzet tegen de Arabisering. In 1099 veroverden Europese kruisvaarders Jeruzalem. De Koerdische leider Saladin, die de macht in Caïro overnam op de Fatimiden, wist de kruisvaarders weer te verslaan waar de Arabieren dat niet konden. In 1258 kwam de genadeklap: de Mongolen veroverden Bagdad en maakten daarmee een einde aan het kalifaat van de Abbasiden. Grote delen van Bagdad werden verwoest. In 1492 werd ook aan de islamitische macht in Spanje een einde gemaakt met de Reconquista. In 1299 kwam het Turkse Ottomaanse rijk op. De Ottomaanse sultan riep zich uit tot de nieuwe kalief en veroverde grote delen van Oost-Europa, het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Zo kwamen de Arabieren opnieuw terecht in een kalifaat, ditmaal geen Arabische maar een Turkse. Alleen Marokko, Soedan, en een deel van het Arabische schiereiland werden niet door het Ottomaanse rijk veroverd.

Moderne tijd

Kolonisatie

Rond de 16e en 17e eeuw was het Ottomaanse rijk enorm, maar na de periode van groei en stagnatie brak een periode van verval aan. In Noord-Afrika werden in de 19e eeuw steeds meer Ottomaanse gebieden veroverd door Europese koloniale mogendheden: Italië nam Libië in, Frankrijk nam Algerije, Tunesië, Mauritanië en een deel van Marokko en Spanje nam het noorden van Marokko en de Westelijke Sahara. Zo werd de Maghreb opgedeeld in verschillende staten. Egypte en Soedan kwamen aan het einde van de 19e eeuw onder Brits protectotaat. Toch zou het Ottomaanse rijk pas echt definitief vallen aan het begin van de 20e eeuw na de Eerste Wereldoorlog. Een vurig nationalisme kwam op in de Levant en het Arabische schiereiland en de Arabieren wilden zich ontdoen van Ottomaanse overheersing. De Britten steunden een Arabische opstand tegen de Turken in ruil voor de onafhankelijkheid van de Arabieren, maar nadat de Arabieren waren ontdaan van Turkse overheersing, kwamen de Europeanen en deelden ze de Levant in in vijf nieuwe staten: Syrië en Libanon, die onder Frans mandaat zouden komen; Irak, Jordanië en Palestina, die onder Brits mandaat zouden komen. Ook Zuid-Jemen, Oman en de Golfstaten kwamen onder Brits bewind. De Arabische landen waren om twee redenen belangrijk voor de Europeanen: olie en een uiterst strategische ligging, vooral door het Suezkanaal en de straat van Gibraltar. Aan het begin van de jaren 20 van de vorige eeuw was heel de Arabische wereld op een deel van het Arabische schiereiland na gekoloniseerd. In de loop van de jaren 30 en '40 zouden de landen in de Levant onafhankelijk worden, op Palestina na (zie onderstaand kopje). De Egyptenaren kwamen aan het begin van de jaren 20 in opstand en wisten zo ook de Egyptische onafhankelijkheid te verkrijgen. Soedan bleef een Brits protectoraat tot 1956 toen het onafhankelijk werd. De Britse protectoraten in de Golfstaten werden aan het begin van de jaren 70 onafhankelijk. Niet overal verliep de onafhankelijkheid zo simpel. In Marokko, Tunesië en Zuid-Jemen werden bloederige onafhankelijkheidsoorlogen gevochten. Toch blijven de ergste gevallen Algerije en Libië. In Algerije werd in de jaren 50 acht jaar lang een bloederige dekolonisatieoorlog gevoerd met ruim een miljoen Algerijnse doden tot gevolg. De Algerijnse oorlog betekende een keerpunt in het dekolonisatieproces wereldwijd. In 1962 kreeg Algerije haar onafhankelijkheid. De Libiërs kregen het zwaar te verduren onder de Italiaanse fascisten. De opstandleider Omar Mokthar werd in 1936 opgehangen door de Italianen. In 1951 kreeg Libië haar onafhankelijkheid nadat Italië de Tweede Wereldoorlog had verloren.

Ibn Battutacultuur

Posted by farhan Tue, January 17, 2012 20:03:08

Abu Abdullah Mohammed ibn Battuta of kortweg Ibn Battuta(Tanger, 1304Fez, 1368 of 1369) was eenBerberse reiziger en auteur, afkomstig uit Tanger in het huidige Marokko. Hij stamt van de Berberse stam Luwata af. Zijn volledige naam luidde Abdullah Mohammed ibn Abdullah ibn Mohammed ibn Ibrahim al-Lawati ibn Battuta.

In 1325 vertrok Ibn Battuta uit Tanger om een pelgrimstochtnaar Mekka (de Hadj) te maken. Hij volgde de kust vanNoord-Afrika tot aan Caïro, en reisde daarna de Nijl op alvorens over te steken naar de Rode Zee en Mekka, waar hij echter wegens een opstand niet kon komen. Hij keerde terug naar Caïro, en vandaar naar Damascus, waar hij de ramadandoorbracht. Hij bezocht Medina en Mekka, en had daarmee zijn hadj volbracht. Hij keerde echter niet terug naar huis, maar bleef reizen.

Hij bezocht nu eerst het Il-khanaat in Irak en Iran. Via Najaf,Basra, Isfahan en Shiraz bereikte hij Bagdad, waar hij een ontmoeting had met khan Abu Sa'id. Hij bezocht ook de handelsstad Mosoel, Diyarbakir en Tabriz voor hij naar Mekka terugkeerde (circa 1328).

Zijn volgende reis (circa 1331) bracht hem zuidwaarts vanaf Mekka. Hij bezocht Aden, en van daaruit verder langs de Afrikaanse kust naar Mogadishu, Mombassa, Zanzibar, Kilwa en andere steden. Hij bezocht Zuid-Arabië en trok hetArabisch schiereiland over voor een derde bezoek aan Mekka.

Via Egypte, Syrië en Anatolië reisde hij naar de Zwarte Zee, en vanuit Kaffa (op de Krim) volgde hij de Dnjepr en de Wolga naar Bulghar. Vanuit Astrachan keerde hij eerst om naarConstantinopel, waar zijn vrouw geboren was, en trok daarna rond de noordkust van de Kaspische Zee naar Centraal-Azië, waar hij Urgenj, Buchara, Samarkand, Balkh,Kunduz en Kaboelbezocht, en uiteindelijk de Indus bereikte.

Ibn Battuta werd door de sultan van Delhi aangesteld als qadi(rechter), en verbleef hier acht jaar (circa 1334-1342). Hij verliet het rijk als ambassadeur naar China. Hij trok naar de kust, werd aangevallen en beroofd door Hindoe-rebellen, maar bereikte toch Cambay. Hij voer naar Calicut, waar hij echter het contact met zijn schepen verloor.

Enige tijd later besloot hij alsnog naar China te reizen, maar bezocht eerst de Maldiven, waar hij 9 maanden lang als qadi werkte. Hij bezocht ook Malabar, Ceylon en Bengalenvoor hij uiteindelijk via Sumatra en Cambodja, Zayton (thans Quanzhou) bereikte (circa 1346). Hij beweerde ook via het Grote Kanaalnaar Cambaluc (Peking) gereisd te zijn, maar dit deel van de reis wordt door moderne historici als verzonnen beschouwd. Via Calicut, Hormuz, Bagdad, en Caïro, bereikte hij voor de vierde maal Mekka. Daarna keerde hij, met nog een bezoek aanSardinië, terug naar Marokko, waar hij aankwam in 1349, bijna 25 jaar na zijn vertrek.

In 1350 maakte Ibn Battuta nog een tocht naar Andalusië, waar de islamitische heersers bedreigd werden door koning Alfons XI van Castilië; deze stierf echter aan de pest, en Ibn Battuta bezocht rustig Valencia en Granada in plaats van tegen de christenen te vechten.

In 1352-1354 maakte Ibn Battuta zijn laatste reis. Hij stak deSahara over naar de Niger, en bezocht het Koninkrijk Mali enTimboektoe. Hierna keerde hij terug naar Fez in Marokko, waar hij verder verbleef als qadi, en in 1368 of 1369 stierf. Ook 1377 wordt als sterfjaar opgegeven.

Ibn Battuta liet zijn reizen optekenen in een boek met de titelRihla (Reizen). Lange tijd waren hiervan slechts delen bekend, maar in de 19e eeuw (1818) werd het geheel gevonden, en in 1853-1858 werd het gepubliceerd in het Arabisch met eenFranse vertaling. Sindsdien is Ibn Battuta een bekend figuur in zowel de moslimwereld als de Westerse wereld. Ook is deluchthaven van Tanger naar hem genoemd.


de vrouwcultuur

Posted by farhan Mon, January 16, 2012 14:34:40

يقال أن اللغة العربية ظلمت المرأة في خمسة مواضع


أولا: إذا كان الرجل لا يزال على قيد الحياة فيقال عنه انه حي
أما إذا كانت المرأة لا تزال على قيد الحياة فيقال
عنها أنها !!...حية
( الحية وليس المرأة(

ثانيا : إذا أصاب الرجل في قوله أو فعله فيقال عنه أنه ..مصيب
أما إذا أصابت المرأة في قولها أو فعلها فيقال عنها أنها مصيبة

المصيبة هي المُشكلة الكبيرة


ثالثا: إذا تولى الرجل منصب القضاء فيقال عنه أنه قاضي
أما إذا تولت المرأة منصب القضاء فيقال عنها أنها قاضية ...!!
والقاضية هي المصيبة العظيمة

رابعا: إذا أصبح الرجل عضوا في المجلس النيابي فيقال عنه أنه نائب
أما إذا أصبحت المرأة عضوا في المجلس النيابي فيقال عنها أنها نائبة
النائبة هي المصيبة


خامسا : إذا كان للرجل هواية فيقال عنه أنه هاوي
أما إذا كانت للمرأة هواية فيقال عنها أنها هاوية
والهاوية هي احدى أسماء جهنم

dearabische maandennews

Posted by farhan Mon, January 16, 2012 14:24:20

الشهور العربية

1- محرم : لانه أحد الأشهر الحرم عند العرب .
2- صفر : لان ديار العرب كانت تخلو من اهلها في هذا الشهر بخروجهم الى الحرب
3- ربيع الاول ، ربيع الآخر : لوقوعهما في الربيع .
4- جمادي الاولى ، جمادي الآخرة : لانهما يأتيان في الشتاء حيث يتجمد الماء
5- رجب : كان العرب يعظمونه بترك القتال .
6- شعبان : كانت القبائل تتشعب للحرب و الاغارات بعد تركهم لها في رجب .
7- رمضان : اشتق من كلمة الرمضاء لوقوعه في وقت اشتداد الحر .
8- شوال : لان الابل كانت تشول فيه بأذنابها أي ترفعها طلبا للتلقيح .
9- ذو القعدة : كانت العرب تقعد فيه عن القتال .
10- ذو الحجة : كان الحج يقام فيه .

اللغة العربيةcultuur

Posted by farhan Mon, January 16, 2012 14:18:05


الكلمات المركبة من كلمتين او اكثر وقد تكون جملة مثل

برمائي : بر وماء
إمّعَ او إمّعة : من يتبع رأي الناس ، من كلمة اني معك
بسملة : من كلمة بسم الله الرحمن الرحيم.
سبحل : من كلمة سبحان الله .
حمدل : من كلمة الحمد لله .
حسبل : من كلمة حسبي الله ونعم الوكيل .